Chalet 152

In ‘Chalet 152’ van Anton Valens zit Djoeke van ’t Hull bijna aan de grond; hij trekt in een chalet op het verlaten vakantiepark ’t Ezeltje, in de winter bewoond door een groepje outcasts. Zijn masturbatiefrequentie is beduidend gedaald als hij over de heg de exuberante Audrey d’Audretsch ontwaart: hij wordt haar minnaar. Audrey gaat voor in een ritueel bij vollemaan in een duinpan aan de Noordzeekust. Middels het brouwsel van een meesterplant, ayahuasca, kunnen de deelnemers, veelal bewoners van ’t Ezeltje, hun blokkades opheffen.

Heftige hallucinaties, ontluchtingen en bizarre gedragingen zijn het gevolg. Djoeke van ’t Hull vliegt langs intergalactisch puin de diepste leegte in. Besprongen door jeugdherinneringen, een verloren liefde en angstaanjagende wanen zoekt hij in gesprek met het Ander antwoord op de eeuwige vragen: Wie ben ik? Wat ben ik? Is er een leven na de dood?

Zie ook: www.atlascontact.nl/boek/chalet-152/

Het compostcirculatieplan

valens---het-compostcirculatieplan-webFlaptekst
Jens de Jong, de ‘literaire butler’ van schrijver Peter Vervest, is dood. Terwijl Peter twee kuub aarde in Jens’ volkstuin verplaatst, 568 bollen plant, beschoeiingen aanlegt en de eeuwige strijd met de woelrat strijdt, herinnert hij zich hoe Jens schrapte en snoeide in de tekst van Peter, ‘een mentale scheerpartij zonder scheerzeep’. In acht seizoenen vergroeiden zij met elkaar – tot een ongeneeslijke ziekte Peters ideale lezer velde.

Het compostcirculatieplan is de geboorte van een tuinder, het logboek van een volkstuin en een roman over verlies, dood en leven. Vanaf 18 februari 2016 verkrijgbaar in de boekhandel.

Recensies

‘Valens schrijft het verhaal vloeiende op, met neologismen die zo van Koot of Campert hadden kunnen zijn.’ **** – NRC Handelsblad

Je moet je tuin bewerken en er dan schitterend over schrijven. Valens wonderlijk uitzinnige stijl. Hij trekt de meest tegenstrijdige registers open, je grinnikt regelmatig om zijn vondsten, terwijl dat aan de weemoedige sfeer niets afdoet. **** – de Volkskrant

‘Vrolijk stemmend gesnier en geschmier rondom leven en dood op het volkstuincomplex.’ – Trouw

‘Is Het compostcirculatieplan aanvankelijk nog een wildernis – een ‘collageboek vol duistere scherven’ – gaandeweg begint deze even hilarische als ontroerende roman op een met verrassend inzicht geconstrueerd paradijs te lijken waarin plek is voor eigenwaarde, liefde en vriendschap.’ – **** Dagblad van het Noorden

‘Voor alles een intens en beeldschoon eerbetoon.’ ****  – NRC Handelsblad

‘Met veel sjeu en enthousiasme tekent de verteller de eeuwig voortdurende strijd tegen de woelrat en het woekerende zevenblad op. Dat levert bij vlagen heerlijk specifiek proza op dat in zijn detaillering niet zover af staat van Vis. Een vermakelijk tuinderslogboek, traag en contemplatief als Maarten ’t Harts door de VPRO geregistreerde omzwervingen in zijn moestuin.’ – Tzum

‘Een fascinerende wereld die met de fascinerende inzet wordt opgeroepen, waarin het enerzijds draait om compassie en zelfspot en anderzijds om realisme en absurdisme. Spitten, sjouwen, wroeten, zweten in zon, wind en regen – de klonten bagger en modder vliegen de lezer in het gezicht en om de oren. En het is heerlijk.’ – Joep van Ruiten via zijn website Woest en Ledig

Het boek Ont

Flaptekst
Met de overgang van de gulden naar de euro breekt voor Isebrand Schut de financiële ijstijd aan. Na oneervol ontslag als callcentermedewerker probeert hij zijn leven op de rit te krijgen door een zelfhulpgroep op te richten. De ambities van de leden van Man&Post strekken echter verder dan het saneren van hun administratie: de Limburger Jean-Luc wil van de wietplantage in zijn woonkamer af, de psychiatrisch verpleegkundige Sylvio probeert als vj naam te maken in het Groninger uitgaanscircuit en de voorman Ebel Formsma staat op de bres voor de ondergrondse toiletten op de Grote Markt.
Wanneer de flamboyante en bemiddelde organisatieadviseur Meckering uit Nieuw-Buinen zich bij de groep meldt, wordt Isebrand uit zijn inertie getild. Meckering, met zijn fenomenaal onnavolgbare redeneerkunst, neemt hem mee op een lange reis naar de oorsprong van het voorvoegsel ‘ont’.

Als het niet zo’n versleten en stellig ongroningse uitdrukking was, zou je Het Boek Ont de Grote Groninger Roman kunnen noemen. (…) De onweerstaanbaarheid van Het Boek Ont zit allereerst in de ijzeren regelmaat waarmee Valens je eens in de zoveel pagina’s laat grinniken – daar kan geen cliffhanger tegenop. Maar daarbij komt de subtiele manier waarop zijn zinnen verwijzen naar het grote geheel van de roman. – Arjen Fortuin, NRC HANDELSBLAD

In Het Boek Ont bewijst Anton Valens zich als een lichtelijk absurde humorist met een uitstekende timing. (…) Wat Het Boek Ont tot een onvergetelijk avontuur maakt, is de precaire balans die Valens weet te houden tussen zuivere ernst en vrolijke nonsens. – **** Daniëlle Serdijn, DE VOLKSKRANT

Het Boek Ont lijkt met een voortdurend ingehouden gegrinnik te zijn geschreven. In elk geval wordt de lezer getrakteerd op een fijnzinnige en lichte toon, iets bruisends, zonder dat het één grote dijenkletser wordt. Het verhaal is tegelijkertijd gek en herkenbaar genoeg. (…) Meckering is het ideale romanpersonage: hij is origineel en volstrekt obsessief en vertoont godzijdank geen enkele ontwikkeling. Valens introduceert hem vol energie, in beweging, zoals het hoort. (…) Valens speelt deze Meckering perfect uit, zoals hij meer dingen heel goed doet. Groningen komt voor je ogen tot leven. Hij maakt fraai gebruik van verschillende taalregisters: populair taalgebruik wisselt hij af met meer archaïsche zinsneden. Het maatschappelijke leven laat hij op een ironische manier in het boek toe. De opkomst van de euro wordt gekapitteld. Op het juiste moment introduceert hij een vrijheidsstrijder voor de provincie Groningen (die aan het eind van het boek gekleed gaat in een t-shirt met de opdruk ‘Groningen autonoom’). En bovenal weet hij het van begin tot eind komisch te houden, echt komisch. – **** Arie Storm, HET PAROOL

Na een reeks opgemerkte verhalen en een uitmuntende novelle heeft Anton Valens geen doordeweekse debuutroman afgeleverd, maar wel een boek dat ongenadig de absurditeit van het bestaan aantoont en met zijn einde-der-tijdenthematiek een drukkende geestelijke desolaatheid uitstraalt. Laverend tussen ernst en satire wekt dit knap geschreven Het Boek Ont alleen maar bewondering op. – *** Marnix Verplancke, KNACK FOCUS

Een roepende stem

Maart 2011

Transformator, contact, zekering – de straatnamen in het industriegebied Westpoort rijmen als een techneutendicht. Brede wegen volgend, die grote, op het oog levensloze blokken doorsneden, waar op een noodopvang van het Leger des Heils na geen woonstee te ontdekken was, alleen maar kantoordozen, autoverhuurbedrijven en meubelopslagplaatsen, afgewisseld door braakvelden en aarden wallen met cementhoppers, naderde ik de wolkenkrabbers van knooppunt Sloterdijk, dat mierennest.

Aan het einde van de Spaarndammerdijk kwijnt de harde kern van een Oud-Hollands dorpje, aan alle kanten ingesloten door Manhattan, met een kerkje en een begraafplaats, alsmede een tweedehandsboekenwinkel. De etalage was slordig gevuld met dozenstapelingen en rijen oudbakken encyclopedieën, zoals De fascinerende dierenwereld en Liefde en sexualiteit. Ik verlustigde me in titels als De grote kloof, De glorie van ons polderland en Eenvoudige zielkunde, maar de deur was helaas potdicht.
Lees “Een roepende stem” verder

Slotermeer

Februari 2011

Met een rood stiftje teken ik de routes die ik bewandeld heb in op een speciaal voor dat doel aangeschafte stadsplattegrond. Het is een heerlijke bezigheid, ik kan er helemaal in op gaan. Ik voel me weer een jongen, die met rode oortjes een wereldatlas bekijkt. Maar in plaats van Rondonia, Brazzaville of binnen-Mongolië, bereis ik de stad waar ik woonachtig ben, wel zo makkelijk en begrotelijk.

Vandaag nam ik tram 7 naar het Slotermeerplein, het eindpunt in West. Matige oostenwind, winterse koude, velden van schapenwolken tegen een schone, dunblauwe hemel. Af en aan brak de zon door, maar die perioden duurden nooit lang. Na de noordkust van het Slotermeer kort bewonderd te hebben toog ik via het Cupidohof en de Burgemeester Roëllstraat, een brede baan met in de middenberm de rails van lijn 13, westwaarts. Grote-gezins-wassen hingen te drogen op de balkonnetjes aan de achterzijde van grauwe, halfhoge flatblokken uit de jaren zestig. Menig Perzisch tapijt was over de wering gelegd, om het te luchten. Het was rustig op zondag in Slotermeer. Her en der stonden groepjes in windjacks met dikke, synthetische bontkragen gehulde zogeheten ‘hangjongeren’ te roken. Rondom de afval-verzamelpunten aan de uiteinden van de woonerven lag opgehoopt grof vuil. Ik vond het geen wijk om naartoe te gaan om op te vrolijken. Maar beretriest was het ook weer niet. Lees “Slotermeer” verder

Vis

Flaptekst
Sprankelende novelle. – ARJEN FORTUIN, NRC HANDELSBLAD

‘Fred bakte slavinken voor het ontbijt. Scheren, wassen, tandenpoetsen of haren kammen, of een schone onderbroek aandoen, waren bezigheden die werden verwaarloosd. Ochtendgymnastiek, ademhalingsoefeningen of een lichte tai-chitraining aan dek in de ochtendzon ontbraken geheel. Uit wat ik tot dusver had gezien leidde ik het volgende beeld af: maandagochtend vroeg stapte je aan boord en betrad je een tunnel van darmen, diesel, herrie, slavinken, stank en geweld, die voortduurde tot vrijdagavond.’

Een jong, werkeloos kunstenaar, steun trekkend van de sociale dienst, wordt uitgenodigd een week mee te varen op een boomkorkotter die onder gezag staat van kapitein Warmgeffer. Aan boord treft hij Addie, bijgenaamd ‘Kratje’, een plompe jongen van zesentwintig met een snerpend stemgeluid, die tweehandig kan ‘strippen’ – vis schoonmaken – en beweert een gave te hebben; Martin, de zwijgzame motordrijver, die ‘als hij sprak, met veel warmte over zijn cockerspaniël sprak’; en Fred, de zoon van de kapitein, een gesjeesde student. Het avontuur lokt, zijn nieuwsgierigheid naar de zee en het vissersbestaan is groot. Maar in plaats van elkaar in de kombuis verhalen te vertellen over zeemeerminnen en eerste liefdes, heerst er oorlog aan boord.

Pers
Anton Valens schreef een sprankelende novelle over de kloof tussen mannen van de logica en die van de gewoonte. […] Valens (1964) oogstte eerder lof met zijn de roman-in-verhalen Meester in de hygiëne (over de thuiszorg) en publiceerde ook een boek over China, maar heeft zichzelf met het sprankelende Vis overtroffen. […] Het knappe van Vis is dat Valens niet bezweken is voor de verleiding om die moraal er zo dik op te leggen dat er een kleffe parabel zou ontstaan. Hij houdt de toon van het boek tot het laatst verwonderd en subtiel,  en dat maakt dat Vis niet alleen leest als een trein, maar dat je op het moment dat DH731 de haven weer binnenvaart je meteen weer terug wilt naar het eerste bladzijde van deze reis van kapitein Warmgeffer en zijn kotter. – ARJEN FORTUIN in NRC HANDELSBLAD
Klik hier voor de hele recensie.

De stijlvaste novelle Vis van Anton Valens raakt aan meer dan alleen de viserij, zij vertelt iets over bloedgroepen. Opnieuw etaleert Valens zijn grote talent voor het komische. […] Dit boek gaat niet op voorhand over gevoel, of diepe zielenroerselen. De eerste sensaties zijn die van diesel, zout en mannenzweet, Je hoort het gebonk van de motor, het gesnauw van de vissers en samen met de verteller staar je bewonderend naar die groenbruine berg zeedieren die als een machtig orgaan glibberend aan dek ligt. Pas in tweede instantie zie je Valens’ projectie van iets groters, iets dat te maken heeft met schuldgevoel en verongelijktheid, iets dat te maken heeft met de kansen die je in het leven krijgt, of neemt. Iets dat in het dagelijks leven dikwijls woordloos ervaart. Zo bezien is Vis, dat nog geen 150 pagina’s telt, een groot boek. ***** DANIELLE SERDIJN in DE VOLKSKRANT

Lees “Vis” verder