Schrijfwerk

Ik wilde naar de rand van Beijng

Anton Valens - Ik wilde naar de rand van BeijngFlaptekst
In dit Chinese reisverslag toont Valens zich een alerte, onbevangen en geestige observator die in korte verhalen een breed en sfeervol panorama neerzet. Zeker, ook bij hem vallen de steekwoorden Economische Groei, Milieu, Mensenrechten, Olympische Spelen en Mao, maar het zijn fenomenen op de achtergrond. Op het eerste plan staan de mensen die hij tegenkomt. Winkelmeisjes, bureaucraten, discogangers, bedelaars en soldaten. En een panda die hem in de ogen kijkt.

Wie nooit naar China wilde reizen zal daar na het lezen van Valens’ beeldende verslag aan gaan twijfelen. Wie het land kent zal veel herkennen.


Pers
Valens kijkt onbevooroordeeld, formuleert prachtig, en heeft een fijn gevoel voor humor.TROUW

Valens verbleef in 2007 een tijdje in een Pekings appartement. Zijn opzet is niet zozeer het verklaren van China, hij geeft vooral impressies van het leven op straat. Want Valens wandelt graag, liefst op de bonnefooi, waardoor hij soms voor verrassingen komt te staan. […] Valens beschrijft zijn verlorenheid zonder oordeel of vooroordeel. Maar in zijn observaties van de inwoners van Peking proef je wel een behoorlijke afstand, dreiging zelfs. Voortreffelijk typeert hij zijn oude buurvrouwtjes in hun indentieke kledingstijl. – DE VOLKSKRANT

Valens werd [voor Meester in de hygiëne] geprezen om zijn schildersoog voor details, maar ook om de gortdroge stijl waarmee hij de Amsterdamse bejaarden tot leven bracht. Die opmerkzaamheid en het droge keren commentaar keren terug in dit reisverslag van China, dat bestaat uit 28 korte opstellen, die in inhoud variëren van een korte inventarisatie van de jaarlijkse Chinese ‘chopsticks’-productie tot aan een ontmoeting met een Bulgaar in de haven van Hongkong. […] Valens in zijn onbevangen, beeldende reportages die paradoxale samensmelting van eenzelvigheid en openheid, treurigheid en het streven naar vooruitgang heel mooi en geestig weet te vangen. – TROUW