Schrijfwerk

Het compostcirculatieplan

valens---het-compostcirculatieplan-webFlaptekst
Jens de Jong, de ‘literaire butler’ van schrijver Peter Vervest, is dood. Terwijl Peter twee kuub aarde in Jens’ volkstuin verplaatst, 568 bollen plant, beschoeiingen aanlegt en de eeuwige strijd met de woelrat strijdt, herinnert hij zich hoe Jens schrapte en snoeide in de tekst van Peter, ‘een mentale scheerpartij zonder scheerzeep’. In acht seizoenen vergroeiden zij met elkaar – tot een ongeneeslijke ziekte Peters ideale lezer velde.

Het compostcirculatieplan is de geboorte van een tuinder, het logboek van een volkstuin en een roman over verlies, dood en leven. Vanaf 18 februari 2016 verkrijgbaar in de boekhandel.

Recensies

‘Valens schrijft het verhaal vloeiende op, met neologismen die zo van Koot of Campert hadden kunnen zijn.’ **** – NRC Handelsblad

Je moet je tuin bewerken en er dan schitterend over schrijven. Valens wonderlijk uitzinnige stijl. Hij trekt de meest tegenstrijdige registers open, je grinnikt regelmatig om zijn vondsten, terwijl dat aan de weemoedige sfeer niets afdoet. **** – de Volkskrant

‘Vrolijk stemmend gesnier en geschmier rondom leven en dood op het volkstuincomplex.’ – Trouw

‘Is Het compostcirculatieplan aanvankelijk nog een wildernis – een ‘collageboek vol duistere scherven’ – gaandeweg begint deze even hilarische als ontroerende roman op een met verrassend inzicht geconstrueerd paradijs te lijken waarin plek is voor eigenwaarde, liefde en vriendschap.’ – **** Dagblad van het Noorden

‘Voor alles een intens en beeldschoon eerbetoon.’ ****  – NRC Handelsblad

‘Met veel sjeu en enthousiasme tekent de verteller de eeuwig voortdurende strijd tegen de woelrat en het woekerende zevenblad op. Dat levert bij vlagen heerlijk specifiek proza op dat in zijn detaillering niet zover af staat van Vis. Een vermakelijk tuinderslogboek, traag en contemplatief als Maarten ’t Harts door de VPRO geregistreerde omzwervingen in zijn moestuin.’ – Tzum

‘Een fascinerende wereld die met de fascinerende inzet wordt opgeroepen, waarin het enerzijds draait om compassie en zelfspot en anderzijds om realisme en absurdisme. Spitten, sjouwen, wroeten, zweten in zon, wind en regen – de klonten bagger en modder vliegen de lezer in het gezicht en om de oren. En het is heerlijk.’ – Joep van Ruiten via zijn website Woest en Ledig

Het boek Ont

Flaptekst
Met de overgang van de gulden naar de euro breekt voor Isebrand Schut de financiële ijstijd aan. Na oneervol ontslag als callcentermedewerker probeert hij zijn leven op de rit te krijgen door een zelfhulpgroep op te richten. De ambities van de leden van Man&Post strekken echter verder dan het saneren van hun administratie: de Limburger Jean-Luc wil van de wietplantage in zijn woonkamer af, de psychiatrisch verpleegkundige Sylvio probeert als vj naam te maken in het Groninger uitgaanscircuit en de voorman Ebel Formsma staat op de bres voor de ondergrondse toiletten op de Grote Markt.
Wanneer de flamboyante en bemiddelde organisatieadviseur Meckering uit Nieuw-Buinen zich bij de groep meldt, wordt Isebrand uit zijn inertie getild. Meckering, met zijn fenomenaal onnavolgbare redeneerkunst, neemt hem mee op een lange reis naar de oorsprong van het voorvoegsel ‘ont’.

Als het niet zo’n versleten en stellig ongroningse uitdrukking was, zou je Het Boek Ont de Grote Groninger Roman kunnen noemen. (…) De onweerstaanbaarheid van Het Boek Ont zit allereerst in de ijzeren regelmaat waarmee Valens je eens in de zoveel pagina’s laat grinniken – daar kan geen cliffhanger tegenop. Maar daarbij komt de subtiele manier waarop zijn zinnen verwijzen naar het grote geheel van de roman. – Arjen Fortuin, NRC HANDELSBLAD

In Het Boek Ont bewijst Anton Valens zich als een lichtelijk absurde humorist met een uitstekende timing. (…) Wat Het Boek Ont tot een onvergetelijk avontuur maakt, is de precaire balans die Valens weet te houden tussen zuivere ernst en vrolijke nonsens. – **** Daniëlle Serdijn, DE VOLKSKRANT

Het Boek Ont lijkt met een voortdurend ingehouden gegrinnik te zijn geschreven. In elk geval wordt de lezer getrakteerd op een fijnzinnige en lichte toon, iets bruisends, zonder dat het één grote dijenkletser wordt. Het verhaal is tegelijkertijd gek en herkenbaar genoeg. (…) Meckering is het ideale romanpersonage: hij is origineel en volstrekt obsessief en vertoont godzijdank geen enkele ontwikkeling. Valens introduceert hem vol energie, in beweging, zoals het hoort. (…) Valens speelt deze Meckering perfect uit, zoals hij meer dingen heel goed doet. Groningen komt voor je ogen tot leven. Hij maakt fraai gebruik van verschillende taalregisters: populair taalgebruik wisselt hij af met meer archaïsche zinsneden. Het maatschappelijke leven laat hij op een ironische manier in het boek toe. De opkomst van de euro wordt gekapitteld. Op het juiste moment introduceert hij een vrijheidsstrijder voor de provincie Groningen (die aan het eind van het boek gekleed gaat in een t-shirt met de opdruk ‘Groningen autonoom’). En bovenal weet hij het van begin tot eind komisch te houden, echt komisch. – **** Arie Storm, HET PAROOL

Na een reeks opgemerkte verhalen en een uitmuntende novelle heeft Anton Valens geen doordeweekse debuutroman afgeleverd, maar wel een boek dat ongenadig de absurditeit van het bestaan aantoont en met zijn einde-der-tijdenthematiek een drukkende geestelijke desolaatheid uitstraalt. Laverend tussen ernst en satire wekt dit knap geschreven Het Boek Ont alleen maar bewondering op. – *** Marnix Verplancke, KNACK FOCUS

Meester in de hygiëne

valens---meester-in-de-hygiene-webFlaptekst
‘Steeds als ik levensmoe ben, verschijnt het beeld van een hoogbejaarde dame voor mijn geestesoog. Ze heeft kromme benen en een bochel. Ze zit in een veel te grote haardstoel, zodat haar in muisgrijze sloffen met bontkraagjes gestoken voeten de vloer niet raken, en houdt een kopje koffie in haar hand.’ Aan het woord is Bonne, het ‘hulpie’ van mevrouw Waghto en een aantal andere hulpbehoevende ouderen, die hun huis doorwerkt en al lappend en boenend ingespeeld raakt op zijn cliënten. Die slaan zich ondanks hun eenzaamheid en haperende lijf en hersenen door het leven op een wijze die veelal bewondering wekt bij de tobbende Bonne. Kunstschilder in opleiding is hij, en ongelukkig in de liefde. Zijn baan in de Thuiszorg is niet enkel bijverdienste: de fabulerende meneer Ripmeester, de zwammende mevrouw Stelle, mevrouw Nieuwklap en haar dwergparkiet Peter, de angstige mevrouw Humbert – ze tillen hem uit zijn somberte. Zo zorgvuldig als hij hun spullen behandelt – de prullaria die een heel leven zijn meegesleept – zo zorgvuldig ook luistert hij naar hun verhalen en hun taal. Door zijn betrokkenheid raakt hij op gespannen voet met de Thuiszorg-leiding; als de nood aan de man komt, blijken hun decreten waardeloos.

Meester in de hygiëne bevat portretten van negen oude mensen, geschilderd in de kommer en kwel van hun Hollandse interieurs, door een fijnschilder met een neus voor het tragikomische.

Deze bundel doet vermoeden dat er in Nederland een nieuw dubbeltalent is opgestaan. Iemand die kan schilderen met taal. – ELSBETH ETTY in NRC HANDELSBLAD
lees meer   »

Dweiloorlog

Anton Valens - DweiloorlogFlaptekst
De flat op Wamberg die ze bewoonde was zo volgeladen met spullen uit een ver en nabij verleden dat haar persoon er haast in verloren ging, als een drenkeling in een vloed. Het was de bedoeling dat ik haar zou helpen met opruimen, maar in de maanden sinds onze kennismaking had ik vrijwel geen vorderingen geboekt.

Tijdens zijn werk bij de Thuiszorg maakte Anton Valens kennis met ouden van dagen. Door zijn regelmatige bezoeken kreeg hij een bijzondere band met een aantal van hen; met anderen viel geen woord te wisselen, maar ook zij hebben een onuitwisbare indruk op hem gemaakt. In Dweiloorlog beschrijft Valens hun dagelijks leven en de gesprekken die hij met hen heeft gevoerd. De verhalen zijn ontroerend, soms aangrijpend, maar altijd licht van toon en ze getuigen van grote betrokkenheid bij de geportretteerden.

Klik hier voor de uitzending van Desmet live waarin Anton Valens voorleest uit Dweiloorlog.


Pers
De situaties waarin Bonne belandt zijn soms huiveringwekkend en hilarisch tegelijk. Lees in het titelverhaal hoe hij, liggend op de ‘drassige vloerbedekking’ onder het bed van mevrouw Deelsnijder, de lijntjes van de tentconstructie boven het matras probeert aan te spannen. Het is een meesterlijke slapstick. […] De verhalen zijn […] van  overminderd hoge kwaliteit. De schrijver voegt een aantal klassieke personages aan zijn toch al indrukwekkende verzameling toe. **** – DAGBLAD VAN HET NOORDEN

lees meer   »

Ik wilde naar de rand van Beijng

Anton Valens - Ik wilde naar de rand van BeijngFlaptekst
In dit Chinese reisverslag toont Valens zich een alerte, onbevangen en geestige observator die in korte verhalen een breed en sfeervol panorama neerzet. Zeker, ook bij hem vallen de steekwoorden Economische Groei, Milieu, Mensenrechten, Olympische Spelen en Mao, maar het zijn fenomenen op de achtergrond. Op het eerste plan staan de mensen die hij tegenkomt. Winkelmeisjes, bureaucraten, discogangers, bedelaars en soldaten. En een panda die hem in de ogen kijkt.

Wie nooit naar China wilde reizen zal daar na het lezen van Valens’ beeldende verslag aan gaan twijfelen. Wie het land kent zal veel herkennen.


Pers
Valens kijkt onbevooroordeeld, formuleert prachtig, en heeft een fijn gevoel voor humor.TROUW

Valens verbleef in 2007 een tijdje in een Pekings appartement. Zijn opzet is niet zozeer het verklaren van China, hij geeft vooral impressies van het leven op straat. Want Valens wandelt graag, liefst op de bonnefooi, waardoor hij soms voor verrassingen komt te staan. […] Valens beschrijft zijn verlorenheid zonder oordeel of vooroordeel. Maar in zijn observaties van de inwoners van Peking proef je wel een behoorlijke afstand, dreiging zelfs. Voortreffelijk typeert hij zijn oude buurvrouwtjes in hun indentieke kledingstijl. – DE VOLKSKRANT

lees meer   »

Vis

Flaptekst
Sprankelende novelle. – ARJEN FORTUIN, NRC HANDELSBLAD

‘Fred bakte slavinken voor het ontbijt. Scheren, wassen, tandenpoetsen of haren kammen, of een schone onderbroek aandoen, waren bezigheden die werden verwaarloosd. Ochtendgymnastiek, ademhalingsoefeningen of een lichte tai-chitraining aan dek in de ochtendzon ontbraken geheel. Uit wat ik tot dusver had gezien leidde ik het volgende beeld af: maandagochtend vroeg stapte je aan boord en betrad je een tunnel van darmen, diesel, herrie, slavinken, stank en geweld, die voortduurde tot vrijdagavond.’

Een jong, werkeloos kunstenaar, steun trekkend van de sociale dienst, wordt uitgenodigd een week mee te varen op een boomkorkotter die onder gezag staat van kapitein Warmgeffer. Aan boord treft hij Addie, bijgenaamd ‘Kratje’, een plompe jongen van zesentwintig met een snerpend stemgeluid, die tweehandig kan ‘strippen’ – vis schoonmaken – en beweert een gave te hebben; Martin, de zwijgzame motordrijver, die ‘als hij sprak, met veel warmte over zijn cockerspaniël sprak’; en Fred, de zoon van de kapitein, een gesjeesde student. Het avontuur lokt, zijn nieuwsgierigheid naar de zee en het vissersbestaan is groot. Maar in plaats van elkaar in de kombuis verhalen te vertellen over zeemeerminnen en eerste liefdes, heerst er oorlog aan boord.

Pers
Anton Valens schreef een sprankelende novelle over de kloof tussen mannen van de logica en die van de gewoonte. […] Valens (1964) oogstte eerder lof met zijn de roman-in-verhalen Meester in de hygiëne (over de thuiszorg) en publiceerde ook een boek over China, maar heeft zichzelf met het sprankelende Vis overtroffen. […] Het knappe van Vis is dat Valens niet bezweken is voor de verleiding om die moraal er zo dik op te leggen dat er een kleffe parabel zou ontstaan. Hij houdt de toon van het boek tot het laatst verwonderd en subtiel,  en dat maakt dat Vis niet alleen leest als een trein, maar dat je op het moment dat DH731 de haven weer binnenvaart je meteen weer terug wilt naar het eerste bladzijde van deze reis van kapitein Warmgeffer en zijn kotter. – ARJEN FORTUIN in NRC HANDELSBLAD
Klik hier voor de hele recensie.

De stijlvaste novelle Vis van Anton Valens raakt aan meer dan alleen de viserij, zij vertelt iets over bloedgroepen. Opnieuw etaleert Valens zijn grote talent voor het komische. […] Dit boek gaat niet op voorhand over gevoel, of diepe zielenroerselen. De eerste sensaties zijn die van diesel, zout en mannenzweet, Je hoort het gebonk van de motor, het gesnauw van de vissers en samen met de verteller staar je bewonderend naar die groenbruine berg zeedieren die als een machtig orgaan glibberend aan dek ligt. Pas in tweede instantie zie je Valens’ projectie van iets groters, iets dat te maken heeft met schuldgevoel en verongelijktheid, iets dat te maken heeft met de kansen die je in het leven krijgt, of neemt. Iets dat in het dagelijks leven dikwijls woordloos ervaart. Zo bezien is Vis, dat nog geen 150 pagina’s telt, een groot boek. ***** DANIELLE SERDIJN in DE VOLKSKRANT

lees meer   »