Weblog

The Itch

Wanneer je op een zomerdag in een druk park zit hoor je in het melêe van geluiden – gejoel, gelach, gepreek, geapplaudiseer, geren, geblaf, gezang en gemusiceer – dat naar je toe waait altijd wel ergens een met eenvoudige instrumenten uitgerust trio dat met aanstekelijk enthousiasme Rock around the clock ten gehore brengt. Iedereen kent het nummer van Bill Haley and The Comets uit jaren vijftig:
‘We’re gonna rock around the clock tonight
We’re gonna rock rock rock around the clock
When the clock strikes one, tètètè,’ enz. lees meer   »

Weblogarchief

All men shall be brothers of Ludwig

Jan 2012

In het informatieve boekje bij de cd Psych-Funk 101 valt te lezen: ‘Only musicians freed from the tether of expectations by total anonymity could possibly produce psychedelic-funk as freaky as All Men Shall Be Brothers Of Ludwig.’ Dit slaat op een nummer van Staff Carpenborg and the Electric Corona, dat oorspronkelijk verscheen op de Duitse elpee Fantastic Party (Die Tanzplatte für Heisse Stunden). lees meer   »

Tafeltennistafels in Amsterdam-Noord

Mei 2011

Amsterdam-Noord onderscheidt zich van de rest van de stad door de hoge concentratie aan openbare tafeltennistafels. Het is niet dat in Osdorp, Zuidoost, Watergraafsmeer of Slotervaart zulke tafels geheel ontbreken in het straatbeeld, maar het zijn er niet zoveel als in Noord. Denk aan de Metaalbewerkerweg, de Magnoliastraat, de Schellingwouderdijk, het Sterrenplein, de Lohuisstraat, Dijkwater of het speelplaatsje aan de zuidkant van de Grote Diestraat. Je zou er een fietsroute aan kunnen wijden.

De meeste van deze publieke pingpongmeubels staan er wat verloren bij, opzij van een flat, in een berm, en doen morsig en onverzorgd aan. Ze zijn gemaakt van donkergrijs, log beton en niet inklapbaar. Het netje is ook van beton, of van stevig metaalwerk. Het bolt in ieder geval niet op in de wind. Vanwege hun robuuste bouw valt de slijtage wel mee, al zijn ze vaak betekend en bekrast. lees meer   »

Een roepende stem

Maart 2011

Transformator, contact, zekering – de straatnamen in het industriegebied Westpoort rijmen als een techneutendicht. Brede wegen volgend, die grote, op het oog levensloze blokken doorsneden, waar op een noodopvang van het Leger des Heils na geen woonstee te ontdekken was, alleen maar kantoordozen, autoverhuurbedrijven en meubelopslagplaatsen, afgewisseld door braakvelden en aarden wallen met cementhoppers, naderde ik de wolkenkrabbers van knooppunt Sloterdijk, dat mierennest.

Aan het einde van de Spaarndammerdijk kwijnt de harde kern van een Oud-Hollands dorpje, aan alle kanten ingesloten door Manhattan, met een kerkje en een begraafplaats, alsmede een tweedehandsboekenwinkel. De etalage was slordig gevuld met dozenstapelingen en rijen oudbakken encyclopedieën, zoals De fascinerende dierenwereld en Liefde en sexualiteit. Ik verlustigde me in titels als De grote kloof, De glorie van ons polderland en Eenvoudige zielkunde, maar de deur was helaas potdicht.
lees meer   »

Slotermeer

Februari 2011

Met een rood stiftje teken ik de routes die ik bewandeld heb in op een speciaal voor dat doel aangeschafte stadsplattegrond. Het is een heerlijke bezigheid, ik kan er helemaal in op gaan. Ik voel me weer een jongen, die met rode oortjes een wereldatlas bekijkt. Maar in plaats van Rondonia, Brazzaville of binnen-Mongolië, bereis ik de stad waar ik woonachtig ben, wel zo makkelijk en begrotelijk.

Vandaag nam ik tram 7 naar het Slotermeerplein, het eindpunt in West. Matige oostenwind, winterse koude, velden van schapenwolken tegen een schone, dunblauwe hemel. Af en aan brak de zon door, maar die perioden duurden nooit lang. Na de noordkust van het Slotermeer kort bewonderd te hebben toog ik via het Cupidohof en de Burgemeester Roëllstraat, een brede baan met in de middenberm de rails van lijn 13, westwaarts. Grote-gezins-wassen hingen te drogen op de balkonnetjes aan de achterzijde van grauwe, halfhoge flatblokken uit de jaren zestig. Menig Perzisch tapijt was over de wering gelegd, om het te luchten. Het was rustig op zondag in Slotermeer. Her en der stonden groepjes in windjacks met dikke, synthetische bontkragen gehulde zogeheten ‘hangjongeren’ te roken. Rondom de afval-verzamelpunten aan de uiteinden van de woonerven lag opgehoopt grof vuil. Ik vond het geen wijk om naartoe te gaan om op te vrolijken. Maar beretriest was het ook weer niet. lees meer   »