Weblog

The Itch

Wanneer je op een zomerdag in een druk park zit hoor je in het melêe van geluiden – gejoel, gelach, gepreek, geapplaudiseer, geren, geblaf, gezang en gemusiceer – dat naar je toe waait altijd wel ergens een met eenvoudige instrumenten uitgerust trio dat met aanstekelijk enthousiasme Rock around the clock ten gehore brengt. Iedereen kent het nummer van Bill Haley and The Comets uit jaren vijftig:
‘We’re gonna rock around the clock tonight
We’re gonna rock rock rock around the clock
When the clock strikes one, tètètè,’ enz.

Meestal staan er een paar vrouwen en mannen met kleine kinderen om het drietal heen. Ze klappen mee, dansen in oude stijl en wanen zich terug in hun jeugd. Ook op de radio wordt het nummer geregeld gedraaid. Men spreekt van een ‘gouwe ouwe’. Eerlijk gezegd heb ik het niet zo op Rock around the clock. Meestal probeer ik de radio uit te zetten of, als dat niet lukt, te overstemmen met een stofzuiger of desnoods eigen, luid gezang.

In de stad is een café annex dancing gespecialiseerd in rock&roll. De eigenaar heeft een vetkuif en een stomp sigaar op de onderlip, er treden bandjes op en de aankleding is donker met rommelig opgestelde, houten meubels en goedkope barkrukken. Aangezien ik zelf een liefhebber ben, flierefluitte ik op een nacht naarbinnen en bestelde een biertje. De stemming zat er goed in, hoewel de rokerige achterzaal slechts matig was gevuld. Op het podium speelde een driemansformatie met een contrabas. Mannen en vrouwen heupwiegden op de dansvloer. Net toen ik de eerste slok nam, mijn zenuwachtigheid verhullend achter een sigaret, zette het bandje Rock around the clock in. Het publiek juichte, de eigenaar glom en tapte erop los.

Demonstratief zette ik mijn glas op de bar en verliet het café. Enkele laveloze personen met slecht verzorgde kapsels en baarden scholden me na: ‘Vuile homo!’ Het ontging hun dat ik niet gekomen was voor een jaren vijftig boerenbruiloft, maar voor The Itch. Waarom nooit The Itch? Waarom altijd dat verrotte Rock around the clock? Ik zoek The Itch gvd. Aldus inwendig kokend van woede liep ik langs zwijgende, mistige grachten naar huis.

The Itch van een zich Carl Cherry noemende band is in veel opzichten verwant aan Rock around the clock. De tekst is van eenzelfde dinosaurusachtige eenvoud. De ik-persoon is bezeten van iets wat hij The Itch noemt: I got the itch, I got the bug, I got the itch. Dit herhaalt hij enkele malen, of eigenlijk continu. Tussendoor verhaalt hij dat hij naar een feestje is geweest. Eerst liep hij een vriend, Mike, tegen het lijf, en daarna een vriendin, Sue, en zowel Mike als Sue got the itching too. Het kan simpeler – ik ken nummers waarvan de tekst uit een enkel woord of klank, zoals Whoehoe, bestaat – maar niet veel simpeler en deze simpelheid geeft het nummertje de kracht van een persoonlijk volkslied.

De melodie is van een bijpassende eenvoud en het instrumentarium karig. Behalve de stem onderscheid ik een electrische gitaar en een drumstel. De drie zijn uitzonderlijk goed op elkaar afgestemd, versterken elkaar, wisselen elkaar af en vuren elkaar aan, als een drieëenheid. De waanzinnig razende drums doen bijna Afrikaans aan. Het snarenspel is even primitief als effectief.

Als je het nummer voor de eerste maal hoort stelt het misschien licht teleur. Een blikkerig, nerveus, wat verlaten geluid, alsof er in de wijde omgeving van de studio (of kelder) waar het werd opgenomen slechts heuvels met beren onder de volle maan lagen te slapen. Kort: 2.20 minuten. Was dit het? Maar toch blijft er iets hangen – dat althans overkwam mij – en wil je er opnieuw naar luisteren. Het is moeilijk de vinger op dat ‘iets’ te leggen.

Is het de concentratie? Het totale gebrek aan tuttigheid? Het directe, argeloze? Dat zou allemaal kunnen. Maar The itch lijkt ook een oeroude snaar te raken, die teruggaat tot de eonen waarin onze voorouders in rotsholen leefden (en nog veel verder). Na de lange, bedreigende, barre winter, wanneer het voorjaar eindelijk was doorgebroken, kregen deze (proto)mensen de kriebel en moesten ze er op uit om een partner te zoeken.

Wie was Carl Cherry? De informatie is beperkt. Van hem geen elpees met grijnzende gladjanussen in glimpak op de hoes. Behalve dit ene nummer ken ik niets van Carl Cherry. Mijn vermoeden is daarom dat de The Itch van buitenaardse oorsprong is. Omtrent 1958 landden er verscheidene vliegende schotels in de Verenigde Staten, dat is goed gedocumenteerd. Sommigen van de inzittenden pikten de heersende trend op, kregen er aardig- en vaardigheid in, beluisterden en analyseerden de stijlkenmerken van de jonge muziek, de chemie, de conventies, de frequenties en parameters, optimaliseerden die zoals alleen zij dat kunnen, en namen binnen die marges in een obscure studio in Arkansas The Itch op, zich Carl Cherry noemend, waarna ze snel opstegen op zoek naar andere, interessantere werelden.