Schrijfwerk

Vis

Flaptekst
Sprankelende novelle. – ARJEN FORTUIN, NRC HANDELSBLAD

‘Fred bakte slavinken voor het ontbijt. Scheren, wassen, tandenpoetsen of haren kammen, of een schone onderbroek aandoen, waren bezigheden die werden verwaarloosd. Ochtendgymnastiek, ademhalingsoefeningen of een lichte tai-chitraining aan dek in de ochtendzon ontbraken geheel. Uit wat ik tot dusver had gezien leidde ik het volgende beeld af: maandagochtend vroeg stapte je aan boord en betrad je een tunnel van darmen, diesel, herrie, slavinken, stank en geweld, die voortduurde tot vrijdagavond.’

Een jong, werkeloos kunstenaar, steun trekkend van de sociale dienst, wordt uitgenodigd een week mee te varen op een boomkorkotter die onder gezag staat van kapitein Warmgeffer. Aan boord treft hij Addie, bijgenaamd ‘Kratje’, een plompe jongen van zesentwintig met een snerpend stemgeluid, die tweehandig kan ‘strippen’ – vis schoonmaken – en beweert een gave te hebben; Martin, de zwijgzame motordrijver, die ‘als hij sprak, met veel warmte over zijn cockerspaniël sprak’; en Fred, de zoon van de kapitein, een gesjeesde student. Het avontuur lokt, zijn nieuwsgierigheid naar de zee en het vissersbestaan is groot. Maar in plaats van elkaar in de kombuis verhalen te vertellen over zeemeerminnen en eerste liefdes, heerst er oorlog aan boord.

Pers
Anton Valens schreef een sprankelende novelle over de kloof tussen mannen van de logica en die van de gewoonte. […] Valens (1964) oogstte eerder lof met zijn de roman-in-verhalen Meester in de hygiëne (over de thuiszorg) en publiceerde ook een boek over China, maar heeft zichzelf met het sprankelende Vis overtroffen. […] Het knappe van Vis is dat Valens niet bezweken is voor de verleiding om die moraal er zo dik op te leggen dat er een kleffe parabel zou ontstaan. Hij houdt de toon van het boek tot het laatst verwonderd en subtiel,  en dat maakt dat Vis niet alleen leest als een trein, maar dat je op het moment dat DH731 de haven weer binnenvaart je meteen weer terug wilt naar het eerste bladzijde van deze reis van kapitein Warmgeffer en zijn kotter. – ARJEN FORTUIN in NRC HANDELSBLAD
Klik hier voor de hele recensie.

De stijlvaste novelle Vis van Anton Valens raakt aan meer dan alleen de viserij, zij vertelt iets over bloedgroepen. Opnieuw etaleert Valens zijn grote talent voor het komische. […] Dit boek gaat niet op voorhand over gevoel, of diepe zielenroerselen. De eerste sensaties zijn die van diesel, zout en mannenzweet, Je hoort het gebonk van de motor, het gesnauw van de vissers en samen met de verteller staar je bewonderend naar die groenbruine berg zeedieren die als een machtig orgaan glibberend aan dek ligt. Pas in tweede instantie zie je Valens’ projectie van iets groters, iets dat te maken heeft met schuldgevoel en verongelijktheid, iets dat te maken heeft met de kansen die je in het leven krijgt, of neemt. Iets dat in het dagelijks leven dikwijls woordloos ervaart. Zo bezien is Vis, dat nog geen 150 pagina’s telt, een groot boek. ***** DANIELLE SERDIJN in DE VOLKSKRANT


Fraai is hoe Valens in dat mannenleven op zee steeds de dreiging van geweld oproept, of die zich nu manifesteert in de behandeling van vissen, krabben en wulken of in homo-erotisch beladen getwist. […] Thematisch verhaalt Vis dan ook in retrospectief van een mislukte poging deel uit te maken van een groep, of liever: stam. Uiteindelijk wordt hij buiten zijn schuld uitgestoten, al past hij zich aan, maratelt en vermoordt hij ook vissen. […] De grote vraag na lezing is hoe Vis gelezen wil worden. Literair: als een amusante, geestige novelle, met semi-wetenschappelijke terzijdes ter ‘verklaring’ van noest zeevaardersgedrag, verlevendigd met vrolijke zinnetjes, waarbij Valens’ allesvermalende ironie alles wat serieus kan zijn, teniet doet. Of buitenliterair […] Misschien zeg ik hoopvol, kiest Valens voor de literatuur en ligt het antwoord besloten in de wijze waarop hij zich verlustigt in de zintuigelijke beschrijvingen van al die wezens onder de zeespiegel. – JEROEN VULLINGS in VRIJ NEDERLAND

 

Een meeslepend reisverslag en scherpe analyse van mannelijke groepsdynamiek ineen. […] Sta je aan het begin van dit verslag nog gereserveerd tegenover de wat hautauine verteller die zich voor een weekje tussen zijn meer liederlijke soortgenoten beweegt, aan het slot overheerst bewondering. Valens gaat niet voorbij aan enige vooroordelen, noch aan die van de anderen. Hij stort krabben en schollen over je uit, en schraapt dan schoon; een zeer getalenteerde ‘stripper’ eigenlijk, die de kern naar boven haalt. – JANN RUYTERS in TROUW

[Valens] heeft een eigen stijl ontwikkeld: humoristisch, doeltreffend, beeldend en archaïsch – en verrukkelijk om te lezen. Valens heeft een zeldzaam talent om zintuigelijke indrukken weer te geven. Zijn beschrijvingen van de zee, het weer, de lichtval, het neerlaten en weer ophalen van de netten: je bent erbij en hoort de geluiden. […] Koop dit boek. – JOS VAN HECK in BOEK

Valens heeft een uiterst beeldende manier van schrijven en weet in enkele woorden een wereld aan sfeer neer te zetten. Op onderkoelde wijze schetst hij de onderlinge conflicten aan boord, waar de grimmige kapitein Warmgeffer de scepter zwaait. – De GOOI EN EEMLANDER

Valens tekent het onderkoeld op, metaangenaam oog voor detail. – TROUW

Vis heeft in zijn eenvoud bijna alles: een subtiele spanningsboog, interessante personages, een nonchalante, doeltreffende stijl. Geen grote pretenties, maar wel zeer zorgvuldig uitgewerkt; een geslaagde roman waarin vrijwel geen zwakke plek te ontdekken is. – RECENSIEWEB

Jarenlang heb ik het geprobeerd: een tas vol met onverbiddelijke meesterwerken mee op vakantie om ze een paar weken later weer in de kast te zetten, ongelezen. Dat werkt dus niet. Wil een vakantieboek mij kunnen bekoren kan het er het beste voor zorgen dat het niet te zwaar op de hand is, gemakkelijk wegleest en hier en daar wat exotische locaties aandoet. Een definitie, kortom, van een avonturenboek. Het nieuwste boek van Anton Valens, Vis, voldoet uitstekend aan deze criteria. […] Dit is precies wat ik wil op vakantie. Gewoon, lekker, Vis. – CASPER, LINNAEUS BOEKHANDEL

 

Valens, die eerder onder meer schreef over de wereld van de thuiszorg, relativeert mooi, ook zichzelf, in deze novelle die de visserij in een breder verband plaatst. Toch vergeet hij ook het klein menselijke niet. – LEEUWARDER COURANT

Anton Valens is een talent. Na het verschjnen van Vis kan dit onomstotelijk vastgesteld worden. – PASSIONATE MAGAZINE

Dat hij ook meester is in het creëren van verbale schilderijtjes bewijst hij in Vis. In deze novelle, waarin de auteur het weinig romantische leven en het onderlinge gesteggel op een kotter beschrijft, wordt een weinig verheffend onderwerp als de visvangst tot kunstwerkje gemaakt. En waarin zit ’m dat dan? In Valens’ voortreffelijke observaties van de mannen aan boord: kapitein Warmgeffer, diens zoon Fred, de getergde Addie, motordrijver Martin. […] In prachtig proza weet Valens ook de diepgewortelde frustraties bloot te leggen. […] In Vis weet Valens het aardse en het poëtische te verbinden. Mooi! – LIES SCHUT in DE TELEGRAAF

Als het de kunstenmaker niet lukt geaccepteerd te worden door de andere leden van de
bemanning, kapitein Warmgeffer incluis, neemt hij wraak. Pakt hij ze terug. Voelt hij zich te goed voor ze. Ook dat kennen we. Valens metafoort zijn verhaal gelukkig niet stuk. Het doorstaat met beide zeebenen elke literaire duiding, met name door de humoristische stijl van vertellen en de wijze waarop hij het met ferme hand de haven in loodst. Die blijkt niet voor elk bemanninglid een veilige haven te zijn, maar de lezer bereikt hem in de wetenschap er een schrijver bij te
hebben. Anton Valens is de naam, voor al uw fijne, verse vis. Uitjes erbij? – KOEN EYKHOUT in DAGBLAD DE LIMBURGER

Neem allen Vis mee in een krant voor op vakantie, want het is een mooi novelle. – FRÉNK VAN DER LINDEN in KUNSTSTOF

 

Het zijn trouwens die bijna poëtische beschrijvingen die Vis de moeite waard maken. Vrijwel alles is op een gegeven moment vis en zee geworden, en daar komen later de kleuren van het firmament bij; Valens roept die overtuigend op, zoals bijvoorbeeld wanneer de ik verteller zich aan een beschrijving van de zon waagt. ‘In de zonnerichting kon je niet kijken zonder metacute blindheid te worden geslagen,’ meldt hij. ‘Wit kreeg daar, in dat brandpunt, een nieuwe definitie, die alle andere en zelfs de helderste witten in de schaduw stelde.’ Ook andere kleuren komen aan de beurt, de prachtige kleuren van de zee, zelfs het grijs in al zijn schakeringen. Valens is in die passages, geïnspireerd door zijn onderwerp, bepaald op dreef; ‘ik wilde de zee zien, vierentwintig uur per dag,’ weet de verteller dan ook. – ARIE STORM in HET PAROOL

 

Hein van Kemenade, Boekhandel van Kemenade & Hollaers in Breda over Vis op de lokale radio